Rio Olympisch keerpunt?

Van groot, groter, grootst naar kleiner, duurzamer en flexibiler

Over 2 dagen beginnen de 28e Olympische Spelen. Een jongensdroom komt uit: ik mag, als groot sportfan, dankzij twee prachtige klanten het grootste sportevenement ter wereld van zeer nabij meemaken. Rio de Janeiro zal ongetwijfeld Olympische allure uitstralen. Maar toch vertrek ik met gemengde gevoelens. Sinds de toekenning aan Rio is er kritiek, maar het afgelopen jaar is de financiele, sociale en politieke onrust in Brazilië zo gestegen dat er geen ontkomen aan is. Een afgezette president, een economie in het slob en een ontevreden bevolking. Juist nu de Olympische Spelen het uithangbord van Rio en het moderne Brazilië moesten vormen.


Niet alleen in het land is er onrust, de organisatie in Rio verloopt ook verre van vlekkeloos. Zondag nog stortte het zeilplatform in. Hele stammen moesten onvrijwillig huis en haard verlaten voor de Olympische expansie. Voor een Olympisch dorp waarbij de housewarming gepaard ging met water- en gaslekken. Voor een splinternieuwe metrolijn die alleen de rijke stukken van de stad met elkaar verbindt. Terwijl de bestaande buslijnen zijn afgekapt zodat de bevolking uit de armere wijken niet meer rechtstreeks de Copacabana kan bereiken.


Aan de andere kant is de stad ook ten positieven veranderd door de komst van de Spelen. Rio de Janeiro heeft tal van nieuwe openbaarvervoerlijnen geopend. Er zijn musea en parken ontwikkeld. Oude delen van de stad hebben een grondige opknapbeurt gekregen. Toen het IOC in 2008 voor Rio koos, was de economie een van de snelst groeiende en behoorde tot de 10 grootste ter wereld. De criminaliteit en werkloosheidcijfers op een historisch laagtepunt. En waren de Olympische Spelen nog nooit georganiseerd op het Zuid-Amerikaanse continent. Kortom: tijd voor Brazilië om te stralen.
 

Toch loopt de lokale bevolking niet massaal warm voor de Spelen. Dat heeft twee oorzaken. Voor de belangrijkste sport in Brazilië, voetbal, is Olympisch succes niet de heilige graal. Daarnaast heeft de bevolking dus flink te leiden gehad onder de bouw en organisatie van #Rio2016. Dat komt door het oude verwachtingspatroon, de Spelen moesten groot, groter, grootst. Maar tijden veranderen en dus ook de voorwaarden voor zo’n evenement. En onder Bach’s leiding wordt die nieuwe realiteit onder ogen gezien. In de hervormingsagenda 2020 wordt gesproken over de noodzaak van lagere kosten van de organisatie, meer focus op innovatie en sporten verspreiden over verschillende steden. Maar nog belangrijker: de Spelen kunnen worden gehouden in bestaande accommodaties. En dat maakt het in een klap veel aantrekkelijker om de Spelen te organiseren. De Olympische Spelen zijn qua operationele kosten/inkomsten balans, met uitzondering van Montreal 1976, altijd positief uitgevallen. Keer op keer liepen de non-operationele uitgaven uit de hand. Met de megalomane bouwprojecten die we van de Spelen kennen zoals de (te) grote stadions en infrastructuur.


We staan nu letterlijk op een keerpunt in de Olympische geschiedenis. Een Olympische toekomst is mogelijk met kleinere, duurzamere en flexibelere Spelen. Waarin het niet gaat om rijker, machtiger en megalomaner maar weer om hoger, sneller, beter. Waarin de Olympische gedachte tot uiting wordt gebracht: sport in dienst van menselijkheid en vrede. Tot die tijd is het belangrijk de sporters niet de dupe te laten worden van de politieke en financiële machtsstrijd. Dafne, Epke en Ranomi, de boegbeelden van TeamNL, hebben jarenlang getraind om zichzelf te meten met de rest van de wereld. Daar moet de komende drie weken de focus op liggen, let the games begin!